Company Logo

slide 1 slide 2 slide 3

Uitrukken IJsselmuiden

Uitrukken Kampen

Voorwoord Preventie

Bluswatervoorzieningen

Brandkranen

Voor de primaire bluswatervoorziening zijn er in de stad ondergrondse en bovengrondse brandkranen. Bij een calamiteit kan de brandweer gebruik maken van de brandkranen om aan bluswater te komen. Bij nieuw aan te leggen straten, ophogingen en herinrichtingen wordt de afdeling betrokken om het aantal en de locaties van de brandkranen vast te stellen. 

Open water

Open water zijn bijvoorbeeld sloten, singels, rivieren e.d. De brandweer  kan secundaire bluswatervoorzieningen voorschrijven, bestaande uit open water. Tevens zullen er voorwaarden worden gesteld aan de bereikbaarheid van deze voorziening.  

Geboorde putten

Geboorde putten zijn speciaal gemaakte putten voor de brandweer om bluswater te kunnen krijgen. De putten worden geboord (ca. 15 meter diep) en bestaan uit een buitenbuis en een binnenfilter. De brandweer kan met haar materieel grondwater uit de put halen.   


Brandmeldinstallaties

Volgens de gemeentelijke bouwverordening moeten er voor bepaalde bouwwerken brandmeldinstallaties worden voorgeschreven. Een geëiste brandmeldinstallatie heeft een directe doormelding naar de regionale brandweer alarmcentrale in Zwolle (openbaar meld systeem – OMS). De veranderde regelgeving heeft ook gevolgen voor bestaande brandmeldinstallatie. Eén van de nieuwe regels betreft het feit dat ook bestaande brandmeldinstallaties moeten worden gecertificeerd. Dit is een traject wat doorlopen moet worden en wat de komende jaren door de brandweer per bouwwerk zal worden opgepakt.  
Aanpassingen, vernieuwingen, vervanging e.d. van de brandmeldinstallatie dient eerst ter goedkeuring aan de brandweer te worden voorgelegd. 


Brandmeldinstallaties, automatische brandmeldingen

De brandweer Kampen voert een actief beleid ten aanzien van automatische brandmeldingen afkomstig van brandmeldinstallaties. Elke brandmelding wordt in kaart gebracht (geregistreerd) en nagenoeg elke brandmelding wordt teruggekoppeld naar de gebruiker van de installatie.

Bij elke automatische brandmelding wordt er personeel opgeroepen en er wordt met spoed (zwaailicht en sirene) gereden. Dit brengt risico’s met zich mee en bij elke uitruk maakt de brandweer kosten.  

De risico’s en de kosten kunnen worden beperkt als de gebruikers van de brandmeldinstallaties de juiste maatregelen nemen om ongewenste en onechte brandmeldingen te voorkomen. Er is niet alleen overlast voor de brandweer, maar ook voor de gebruikers van het bouwwerk zelf!
Er zijn ongewenste en onechte brandmeldingen.

Ongewenste brandmeldingen worden veroorzaakt door werkzaamheden in het gebouw zonder maatregelen te nemen ten aanzien van de rookmelders. Als er bijvoorbeeld zeil wordt gelijmd (gelast), komen daar verbrandingsdeeltjes bij vrij. In de praktijk blijkt dat rookmelders daar op kunnen reageren. Daarnaast moet u denken aan roken, stoom, bakluchten (geen afzuiging) e.d. Wij verzoeken de gebruikers dan ook om maatregelen te nemen om ongewenste brandmeldingen te voorkomen.

Onechte brandmeldingen zijn brandmeldingen vanuit de brandmeldinstallatie door het niet goed functioneren van de brandmeldinstallatie. Slecht of geen onderhoud betekent dat de installatie op den duur onechte meldingen zal gaan geven. Melders vervuilen in de tijd en moeten daarom worden onderhouden.

Afgelopen jaar is het geregeld voorgevallen dat een rookmelder spontaan in alarm kwam zonder oorzaak. Men kan er dan vanuit gaan dat deze melder defect is. Na de eerste melding verzoeken wij dan ook om direct passende maatregelen te nemen. Deze kunnen bestaan uit het direct vervangen van de melder door een reserve melder of onder bepaalde voorwaarden, de melder of lus uit te schakelen. Het is immers voor zowel de brandweer als de gebruiker erg vervelend als dezelfde melder binnen enkele uren wederom in alarm komt.

In de NEN 2535 is een prestatie-eis opgenomen ten aanzien van ongewenste en onechte meldingen. In dit artikel is weergegeven dat bijvoorbeeld bij een kantoorgebouw per 100 melders maximaal 0,15 onechte brandmeldingen mogen zijn op jaar basis (dus 1 melding in de 7 jaar) Dit betreft voor externe meldingen.

Er is een wettelijke verplichting dat brandmeldinstallaties moeten worden onderhouden. De NEN 2654 handelt over de eisen voor het beheer, de controle en het onderhoud van brandmeldinstallaties.   


Bouwbesluit

Op 1 januari  2003 heeft de rijksoverheid het Bouwbesluit 2003 in werking gesteld. Dit besluit vervangt het Bouwbesluit 1992. Het Bouwbesluit is een Algemene Maatregel van Bestuur.  Het is dwingend en is de hoogste regelgeving op het gebied van bouwen.

Het Bouwbesluit omvat vele artikelen, waaronder diverse paragraven betreffende brandveiligheid. Zie verder bij Bouwvergunningen. 


Bouwvergunningen

Toetsen van bouwplannen.

Voor het bouwen of verbouwen van een bouwwerk dient bijna altijd een bouwvergunning te worden aangevraagd. Een bouwvergunning dient bij de afdeling Bouwen en Wonen van de gemeente Kampen te worden aangevraagd. De aanvraag van de bouwvergunning gaat langs diverse gemeentelijke afdelingen, waaronder de afdeling preventie van de brandweer. Bouwplannen die bij de brandweer langs komen worden getoetst aan het Bouwbesluit en de gemeentelijke bouwverordening. Met speciaal ontwikkelde programma’s wordt het bouwwerk nagelopen ten aanzien van de diverse afdelingen van het bouwbesluit. De afdelingen zijn:

-Sterkte bij brand
-Verlichting -Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie
-Beperking van uitbreiding van brand -Verder beperking van uitbreiding van brand
-Beperking van ontstaan van rook
-Beperking van verspreiding van rook
-Vluchten binnen een rookcompartiment en een sub-brandcompartiment
-Vluchtroutes
-Inrichting van rookvrije vluchtroutes
-Voorkoming en beperking van ongevallen bij brand
-Bestrijding van brand -Grote brandcompartimenten
-Hoge en ondergrondse gebouwen
Na het toetsen zal blijken of het bouwwerk voldoet aan de regelgeving van het Bouwbesluit en de Bouwverordening. Punten die niet voldoen dienen te worden aangepast. Kleine opmerkingen worden in de Bouwvergunning opgenomen. 
Controle tijdens de bouw en bij oplevering.

Gebruiksvergunning plichtige bouwwerken worden meestal al tijdens de bouw bezocht door medewerkers van de afdeling. Gekeken wordt of er volgens de bouwvergunning wordt gebouwd. In een vroeg stadium kan dan zonodig nog worden aangepast. Voor in gebruik name bekijkt de brandweer of het geheel voldoet aan de afgegeven bouwvergunning. Dan pas mag een bouwwerk in gebruik worden genomen.  


Evenementen

In de gemeente Kampen worden diverse evenementen gehouden. Hiervoor is bijna altijd een evenementenvergunning noodzakelijk. Deze is bij de gemeente aan te vragen. De brandweer geeft advies aan de Afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken over aangevraagde evenementenvergunningen. Dit kunnen ook negatieve adviezen zijn (bijvoorbeeld als de brandveiligheid in het geding is).


Gebruiksvergunningen
Algemeen.

Voor nieuwbouw of verbouw van een gebouw is op grond van de woningwet meestal een bouwvergunning noodzakelijk. Voor het verkrijgen van de bouwvergunning moet het bouwwerk aan een aantal eisen voldoen. Deze eisen staan o.a. in het Bouwbesluit en de Bouwverordening. Hierin worden voorschriften genoemd voor bouwkundige voorzieningen, zoals brandwerende muren en deuren, het aantal en breedte van vluchtwe­gen, grootte van brandcompartimenten, etc. Ook kunnen installatietechnische voorzieningen zoals brand­slanghaspels, poederblussers, nood- en transparantverlichting (UIT en Nooduitgangbordjes) worden voorgeschreven.
Op grond van artikel 6.1.1. van de Bouwverordening is het verboden zonder of in afwijking van een gebruiksvergunning van burgemeester en wethouders een bouwwerk in gebruik te hebben of te houden, waarin:
-meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn, anders dan in een één- of meergezinshuis
-bedrijfsmatig de stoffen zullen worden opgeslagen die in de Regeling Bouwbesluit 2003 zijn omschreven als  brandbaar, brandbevorderend en bij brand gevaar opleverend
-aan 5 of meer personen bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden ver­schaft;
-aan meer dan 10 kinderen jonger dan twaalf jaar, of aan meer dan 10 lichamelijk en/of geestelijk gehandicapten dagverblijf zal worden ver­schaft.
-brandcompartimenten aanwezig zijn waarvan de maximale afmetingen bepaald zijn m.b.v. "Reken en beslismodel", of waar op basis van gelijkwaardigheid een RWA installatie of Sprinklerinstallatie is aangebracht.

Doel van de gebruiksvergunning is d.m.v. voorschriften een veilig gebruik van een bouwwerk krijgen, waardoor de kans op het ontstaan van brand en een snelle uitbreiding van een begin van brand tot een minimum wordt beperkt en d.m.v. een periodieke controle nagaan of de aangebrachte voorzieningen bruikbaar zijn, vluchtwegen niet worden geblokkeerd, brandblustoestellen jaarlijks worden gekeurd, etc. 

Een gebouw waarvoor een gebruiksvergunning is afgegeven wordt in principe jaarlijks door de brandweer op brandveiligheid gecontroleerd. 

Voor het verlenen van de vergunning zijn op grond van de Legesverordening van de gemeente Kampen kosten verbonden. De periodieke controles op de naleving van de voorschriften van de vergunning  zijn kosteloos.

 

Wie vraagt de vergunning aan?

In principe is de exploitant de persoon die de vergunning moet aanvragen. Soms is de exploitant ook de eigenaar van het bouwwerk, maar het is ook mogelijk dat de exploitant de huurder van het bouwwerk is. Het is ook mogelijk de aanvraag door een gemachtigde, zoals een architect, een bouwondernemer of ander rechtspersoon te laten indienen.
Termijn van beslissing.

 

Wanneer de aanvraag voor een gebruiksvergunning is ontvangen wordt eerst gekeken of de aanvraag compleet is en de tekeningen voldoende informatie geven, de z.g. ontvankelijkheid toets. Indien gegevens ontbreken krijgt de aanvrager twee weken de tijd om de aanvraag alsnog in orde te maken. Als alle gegevens binnen zijn is de aanvraag ontvankelijk. Normaal gesproken wordt de gebruiksvergunning dan binnen 12 weken verleend, tenzij extra voorzieningen moeten worden getroffen. Er moet altijd worden voldaan aan de brandveiligheidseisen van de laatst verleende bouwvergunning. Indien voorzieningen moeten worden getroffen kan de beslistermijn met 6 weken worden verdaagd. Op grond van artikel 6.1.5. van de Bouwverordening moet een gebruiksvergunning worden geweigerd als de bouwvergunning is geweigerd of als het gebruik van het bouwwerk in relatie tot de beoogde gebruiksfunctie niet geacht kan worden een brandveilig gebruik te zijn. Met andere woorden, als het pand niet dermate brandveilig gemaakt kan worden, ook niet door het stellen van voorwaarden, dat het gebruik van het pand door grotere groepen mensen niet verantwoord is. (Bijvoorbeeld een kelder met één uitgang van 0,90m breed waarin een discotheek is ondergebracht en 1000 personen worden toegelaten) Publicatie
Afgegeven gebruiksvergunningen worden gepubliceerd in het huis aan huis blad “De Brug”

 

Bezwaar en voorlopige voorziening
Tegen een gebruiksvergunning kan er op grond van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag van verzending van het besluit, bij burgemeester en wethouders (Postbus 1086, 2800 BB Gouda) een bezwaarschrift worden ingediend. Geldigheid gebruiksvergunning
Een gebruiksvergunning is voor onbepaalde tijd geldig, mits het gebruik en/of de indeling van het bouwwerk niet wijzigt ten opzichte van de oorspronkelijke aanvraag en er geheel wordt voldaan aan de in de gebruiksvergunning gestelde voorwaarden. Wijzigingen in het gebruik en/of de indeling van het bouwwerk dienen aan de commandant van de brandweer te worden gemeld. Het niet voldoen aan de in de gebruiksvergunning gestelde voorwaarden kan intrekking van de gebruiksvergunning tot gevolg hebben.

Ontruimingsplannen en oefeningen
 

Gebruikers van bouwwerken zijn wettelijk verplicht om tenminste één keer per jaar een ontruimingsoefening te houden. Een oefening houdt in dat er in het bouwwerk het ontruimingssignaal in werking wordt gesteld en dat het betreffende gebouw daarna ontruimd dient te worden. Dit alles dient te geschieden volgens een ontruimingsplan of een calamiteitenplan. Het is dus eerst noodzaak om een goed plan te hebben op papier. Dit plan kan voor eenvoudige gebouwen bestaan uit ca. 2 A4tjes. De afdeling bekijkt op verzoek een plan in grote lijnen. Als er tijd is, kan er iemand van de afdeling mogelijk een oefening bijwonen. Daarbij zal de brandweer kijken of de ontruiming in grote lijnen correct verloopt.

 

Rookmelders in de woning

 

De brandweer wordt nog wel eens geconfronteerd met vragen over rookmelders in de woning.

Vanaf 1 januari 2003 is het Bouwbesluit 2003 van kracht. Hierin is geregeld dat voor nieuwbouw in de verkeersruimten en vluchtwegen in de woning verplicht optische rookmelders moeten worden aangebracht. De rookmelders moeten op het elektriciteitsnet worden aangesloten (230 volt). Bij meer dan één rookmelder dienen de rookmelders aan elkaar te worden gekoppeld. De rookmelders dienen te voldoen aan de NEN 2555. 

Voor de bestaande bouw is dit niet geregeld. Het enige wat de wetgeving daarover stelt, is dat de verkeersruimte tenminste 20 minuten brandwerend dient te zijn afgescheiden van de verblijfsruimten.

Indien uw woning gebouwd is voor het jaar 2000, adviseren wij u om in ieder geval optische rookmelder(s) op een batterij in de verkeersruimten op te hangen. Uit statische gegevens blijkt dat de meeste slachtoffers in de woning vallen door verstikking. De rook wordt te laat opgemerkt.  

 

Voorlichting

De afdeling verzorgt voorlichting op het gebied van brandveiligheid.  Er is beperkt folder materiaal voorhanden.

 

 




Powered by Joomla!®. Designed by: joomla 1.7 templates hosting Valid XHTML and CSS.